De bijenkoning

September 2007, Orhaniye, Turkije. Op de vouwfiets ontdekken we de omgeving van de werf.

Frank heeft gelijk een vriendin. Ze wil zijn fietsje wel hebben.

Het is een superhete dag. We fietsen met onze vouwfietsjes op een ruige, beboste berghelling. Een lange rij lichtblauwe bijenkisten staat in de berm.
Ik ben wel een beetje bang voor bijen en wespen.
Dus fiets ik er wat bibberig voorbij. “Ik ben onzichtbaar, ik ben onzichtbaar!” herhaal ik in gedachte als een mantra. Een zacht, constant gezoem om me heen. De rij korven lijkt eindeloos.
Bijen ontwijken me rakelings, botsen zelfs tegen me aan.
“Au! Krijg nou wat! Ik ben in mijn hoofd geprikt!”, hoor ik Frank opeens verontwaardigd zeggen.
Ik stop en wriemel de angel uit zijn oorlel. We gaan weer verder.


Als er een imker staat, die voorzichtig een deksel optilt, stopt Frank om te kijken. “Dat hij dat durft! Hij is notabene al geprikt!” denk ik. Is ie nou dapper of dom? Ik fiets liever door. Ik ben wat voorzichtiger.
Voorbij de rij korven wacht ik, tot Frank me weer opgewekt passeert.
“Mooi hoor! Zo’n korf! Moest jij niet even kijken?” roept hij plagerig. Vrolijk fietst hij voor me uit. Ik kijk hem na. Mijn bijenkoning.
Zijn gebruinde rug glimmend van het zweet.
Verder gaat de weg. Wéér een rij korven.
Dan gebeurt het!
Franks zijn petje vliegt af. Hij stopt. Stapt af.
Terwijl hij het op wil rapen maakt hij een paar afwerende bewegingen. Die worden steeds wilder. De fiets valt.
Ik stop geschrokken, beweeg niet, maak me weer onzichtbaar, kan alleen maar machteloos toekijken naar de rondspringende figuur in de verte… Steeds heftiger rondmaaiende bewegingen. De bijen worden steeds geagiteerder.
Het blauwe petje wordt snel opgezet…en weer afgerukt om ermee om zich heen te slaan… Wéér opgezet. Wéér afgerukt.
Hij bukt, probeert zijn fiets te pakken, maar meer en meer bijen belemmeren hem dat. Steeds gekkere sprongen worden nu een soort wilde horlepiep, om het fietsje heen. Het getrappel veroorzaakt een stofwolk. Of zijn dat bijen!?
Ik roep benauwd: “Fiets dan door!”
Maar hij hoort me niet. Luistert niet.

Naast de weg zie ik de lange rij bijenkorven. Met tienduizenden bijen erin…Zouden die het ook merken?
Dan springt Frank -eindelijk- op zijn fiets en rijdt woest meppend weg.
Ver voorbij de rij korven stopt hij.
Ik wacht nog een hele tijd, om de bijen te laten kalmeren, voor ik ook doorfiets. “Ik ben er niet! Ik ben onzichtbaar..” mompel ik mijn mantra weer, terwijl ik, verstand op nul, blik op oneindig, beverig langs de bijenkorven begin te fietsen. Zonder enig probleem passeer ik de nog steeds onrustige diertjes en bereik, nu met een brede grijns, mijn getergde bijenkoning.

“Gaat het?”
“Ze staken me!” verklaart Frank diep verbolgen.
En dan kan ik eindelijk lachen.
Is dat gemeen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.